Veiligheid en welbevinden
Vertrouwde relaties
Elk kind is onderdeel van een vertrouwde groep, oftewel de stamgroep van het kind. Onderdeel van een groep zijn geeft kinderen een gevoel van vertrouwdheid. Op elke stamgroep worden vaste pedagogisch medewerkers ingezet, die emotioneel betrokken zijn bij de kinderen en met hen een vertrouwde relatie opbouwen. Een vertrouwde relatie ontstaat door herhaald positief contact tussen pedagogisch medewerker en kind.
Vertrouwde relaties zijn het gevolg van een goed pedagogisch klimaat en staan dan ook centraal bij kinderopvang Buitengewoon. De relaties zijn op basis van vertrouwen, tussen kinderen onderling, medewerkers onderling en kinderen en medewerkers, waardoor er een emotionele band ontstaat tussen hen. Kinderen gaan zich hechten aan hun pedagogisch medewerker(s) , wat aangetoond is uit onderzoek vanuit de hechtingstheorie. (Singer&Kleerekoper, 2009).Een vertrouwde relatie tussen pedagogisch medewerker en kind wil dan ook zeggen dat het kind weet dat er goed voor hem gezorgd wordt en dat hij wordt gerespecteerd. Kinderen die zich hechten aan een bepaald persoon, of personen, voelen zich prettig als ze bij die persoon zijn en worden op momenten van onrust of stress gerustgesteld door hun aanwezigheid. (Feldman, 2012). Kinderen kunnen zich alleen optimaal ontwikkelen en op ontdekkingsreis gaan wanneer zij zich veilig voelen. Het hechtingsproces heeft zijn oorsprong in het verlangen van kinderen om de beschermende veiligheid van een vertrouwde volwassene op te zoeken, dat een cruciale rol speelt bij het verkennen van de wereld (Feldman, 2012).
Vertrouwen als basis van ons handelen en sociale interactie op een kinderdagverblijf met de Dalton visie heeft veel aandacht. Volgens Parkhurst, grondlegger van het Dalton Plan, is vertrouwen de essentie van de pedagogische basis van haar Dalton Plan. Kinderen vertrouwen hun pedagogisch medewerkers en die hebben vertrouwen in het kunnen van de kinderen.
Structuur en voorspelbaarheid
Daarnaast geven vertrouwde patronen, zoals dagritme en rituelen een gevoel van verbondenheid en veiligheid aan kinderen (Singer&Kleerekoper, 2009).Het dagritme wordt herkenbaar gemaakt door dagkleuren te gebruiken, elke dag heeft een andere kleur. Daarbij maken we gebruik van dagritmekaarten van Uk&Puk, zodat er voorspelbaarheid is voor de kinderen in de structuur van de dag. Tevens is er een kiesbord met activiteiten waaruit kan worden gekozen, zodat kinderen leren om keuzes te maken binnen een bepaald keuzeaanbod.
De pedagogisch medewerkers bieden ook structuur, ze geven duidelijk aan wat wel en niet kan en ze geven grenzen aan. Hierdoor wordt het voor kinderen duidelijk wat er van ze verwacht wordt en wordt het dagritme ondersteund. Bij het aangeven van grenzen zit de pedagogisch medewerker op ooghoogte van het kind en legt met rustige stem uit waarom iets niet mag of kan, daarbij wordt er verteld hoe het wel mag of kan.
De kinderen worden vertrouwd met elkaar doordat ze elkaar regelmatig zien en elkaar leren kennen, dat maakt het gemakkelijker om samen te spelen. Elke ochtend zingen we een liedje samen met speelkameraadje Puk (van de methode Uk&Puk) waarbij alle kinderen persoonlijk worden begroet. Daarbij leren ze hierdoor elkaars naam, zodat ze elkaar met de naam aan kunnen spreken.
Tevens kiezen de kinderen een maatje, ze helpen elkaar en ondernemen en ontdekken samen nieuwe dingen. Zo leren ze al op jonge leeftijd om samen te werken, elkaar te helpen, naar elkaar te luisteren en respect te hebben voor elkaar. Samenwerken is een van de kenmerken van een daltonkinderdagverblijf.
Diversiteit
De pedagogisch medewerkers hebben aandacht voor diversiteit, we willen dat iedereen zich welkom voelt in ons kinderdagverblijf. We vinden het belangrijk dat alle kinderen, en hun ouders, zich veilig en gerespecteerd voelen bij Kinderopvang Buitengewoon, ongeacht hun cultuur, sekse of beperking. Dit houdt in dat pedagogisch medewerkers kinderen helpen en begeleiden om elkaar te begrijpen en samen te spelen, waarbij uitleg wordt gegeven en dingen worden benoemd (Singer&Kleerekoper, 2009). Zo leren kinderen al op jonge leeftijd rekening te houden met elkaar en met elkaars kwetsbaarheden of verschillen, en leren ze dat gewoon te vinden. We gaan ervan uit dat iedereen van elkaar kan leren, over culturele en andere grenzen heen. Daarbij willen we ervoor zorgen dat alle kinderen de verschillende aspecten van zijn identiteit kan ontplooien en pakken we discriminatie actief aan. We treden consequent op bij discriminatie en geven daarbij uitleg. (Vandenbroeck, 2012). We willen vooroordelen bestrijden door te praten met kinderen over verschillen, door boeken over diversiteit voor te lezen en door positief aandacht te besteden aan verschillende culturen. Dit kan bijvoorbeeld door een ouder met een andere cultuur uit te nodigen om de kinderen kennis te laten maken met de muziek en het eten uit die cultuur.
Een gezonde omgeving en basisbehoeften
Tevens is er een veilig pedagogisch klimaat met een hygiënische omgeving, waarin kinderen zich vrij kunnen bewegen en kunnen onderzoeken en verkennen. Daarnaast komt de omgeving tegemoet aan de veelzijdige ontwikkelingsbehoeften van kinderen.
Voor meer informatie over de omgeving zie: 2.7 Inrichting en indeling van de binnen- en buitenruimtes.
De pedagogisch medewerkers zorgen voor een gezonde balans tussen lichamelijke veiligheid en de behoefte van kinderen om te bewegen en te ontdekken. Zo worden kinderen gestimuleerd om te rusten in de Doezelruimte als pedagogisch medewerkers zien dat het kind moe is. Wanneer kinderen erg veel energie hebben, en dus duidelijk behoefte hebben aan beweging, krijgen ze de mogelijkheid om te bewegen door buiten te spelen of een mee te doen aan een activiteit in de beweegruimte. Zij hebben aandacht voor alle basisbehoeften van kinderen zoals de behoefte aan veiligheid en welbevinden en hun behoefte om te leren en zich te ontwikkelen. We gaan uit van een veelzijdige ontwikkeling met aandacht voor de emotionele, sociale, motorisch-zintuiglijke, taal en communicatieve, creatief-beeldende behoeftes van kinderen. Voor meer informatie zie 2.2 ontwikkelen en leren.
Ontwikkelen en leren
Kleine onderzoekers
Kinderen willen van nature leren, ontdekken en zich ontwikkelen. Ze zijn nieuwsgierig en hebben doorzettingsvermogen. Bij Kinderopvang Buitengewoon krijgen kinderen dan ook de vrijheid om het kinderdagverblijf en de wereld te ontdekken. Spelen is voor hen de natuurlijke manier om te leren en om hun omgeving te verkennen (Singer&Kleerekoper, 2009). Door te spelen oefenen kinderen alle sociale, emotionele, cognitieve, morele en communicatieve vaardigheden die ze nodig hebben (Feldman, 2012).
Veelvoorkomende spelvormen binnen onze kinderopvang zijn:
- Bewegingsspellen. Zoals kruipen, lopen, rennen, springen, rollen, klimmen en fietsen.
- Fantasiespel of rollenspel. Zoals spelen in de huishoek met de poppen en verkleden.
- Speel- leerspelletjes. Zoals puzzels, insteekvormen en boekjes.
- Exploratief en constructiespel. Zoals spelen met zand, water, takjes, blokken en dozen.
Bij Kinderopvang Buitengewoon vinden we het belangrijk om aan te sluiten bij de behoeftes, interesses en bij het niveau van het kind. Dat betekent dat er wordt aangesloten bij het spontane spelen en leren door kansen aan te grijpen en te creëren en om uit te dagen tot een volgende stap. Als pedagogisch medewerkers bijvoorbeeld zien dat een kind een puzzel erg snel en gemakkelijk legt, bieden ze het kind een moeilijkere puzzel aan, zodat het kind wordt uitgedaagd tot een volgende stap. Of wanneer pedagogisch medewerkers zien dat kinderen in hun spontane spel erg veel bezig zijn met een bepaald thema zoals huisdieren, sluiten we hier onze activiteiten op aan. Kinderen krijgen de ruimte om zich op hun eigen manier te ontwikkelen en op hun eigen manier competent te zijn.
Zelfstandigheid en zelfwerkzaamheid
Behalve spelen willen kinderen vaak ook helpen of dingen zelf doen. Bij Kinderopvang Buitengewoon mogen de kinderen die dat willen dan ook helpen met bijvoorbeeld het dekken van de tafel of het vegen van de vloer. Helpen vergroot het zelfvertrouwen en het groepsgevoel. Daarbij krijgen de kinderen de mogelijkheid en de keuzevrijheid om dingen zelf te doen, zoals het aantrekken van hun jas en zelf hun boterham smeren. Deze vaardigheden leren kinderen door mee te doen met de pedagogisch medewerkers. Door de keuzevrijheid leren kinderen om zelfstandig beslissingen te nemen en wat de gevolgen daarvan zijn, wat hen meer zelfredzaam maakt. Dit biedt tevens voordelen voor de overgang van het kinderdagverblijf naar de Daltonschool of naar een andere basisschool.
Ontwikkeling van persoonlijke competenties
De ontwikkeling van persoonlijke competenties van kinderen is de ontwikkeling van brede persoonskernmerken zoals veerkracht, zelfstandigheid, zelfvertrouwen en flexibiliteit. Deze persoonskenmerken stellen kinderen in staat om verschillende problemen adequaat aan te pakken en zich aan te passen aan de veranderende omstandigheden. Daarnaast omvat het ook de competenties op de verschillende ontwikkelingsgebieden (Riksen-Walraven, 2004).
Bij Kinderopvang Buitengewoon helpen we kinderen persoonlijke competenties te ontwikkelen door hen de gelegenheid te bieden, hen te stimuleren, hen te ondersteunen, hen te sturen en hen zelfstandig te laten ontdekken en handelen (Feldman, 2012).
Bij Kinderopvang Buitengewoon wordt naast de ontwikkeling van de persoonlijke competentie ook aan kinderen de mogelijkheid geboden om verschillende andere competenties te ontwikkelen, zoals:
- Emotionele competentie; kunnen vertrouwen op anderen en op jezelf, het gevoel hebben er te mogen zijn en zelfredzaamheid.
- Sociale competentie; kinderen worden gestimuleerd om rekening te houden met elkaar en elkaars gevoelens en kinderen worden uitgedaagd om zelf een bijdrage te leveren aan de groep.
- Motorische- en zintuigelijke competentie; het stimuleren van zelfredzaamheid, dingen zelf te doen en oplossingen te bedenken. En het stimuleren van fijne en grove motorische vaardigheden en het plezier om te bewegen.
- Taal- en communicatieve competentie; de verbale en non-verbale communicatie en taalverwerking. Kinderen worden gestimuleerd om te luisteren, hun gevoelens te uiten en om betekenis te geven aan taal.
- Morele competentie; kinderen worden gestimuleerd om emoties te uiten op een acceptabele manier, besef te krijgen van oorzaak-gevolg, zelf verantwoordelijkheid te dragen, op te komen voor zichzelf en voor anderen en respect te hebben voor diversiteit.
- Expressieve en beeldende competentie; kinderen worden gestimuleerd om zich creatief uit te drukken in beweging, dans, muziek of beeldende competenties te verwerven zoals tekenen, schilderen, kleien of het bouwen van constructies. Daarbij krijgen ze de ruimte om te experimenteren met verschillende materialen.
Taalontwikkeling
Door taal leren kinderen de wereld om hun heen beter kennen, daarbij leren ze ook hun gedachten, emoties en gevoel beter kennen, doordat deze benoemd worden (Singer&Kleerekoper, 2009). Kinderen ontwikkelen spelenderwijs hun woordenschat. Wanneer kinderen nog niet kunnen praten en naar iets wijzen benoemen we dat. Daarbij benoemen de pedagogisch medewerkers wat ze doen en waarom. Wanneer een kind wordt opgepakt voor het verschonen van de luier, wordt dat benoemd: ,,Ik til je nu op om een schone luier aan te doen.’’ De woorden die kinderen gebruiken worden in een breder perspectief geplaatst. Zo ontdekken kinderen gaandeweg ons taalsysteem. Taalontwikkeling is gekoppeld aan de ervaringen en waarnemingen van het kind en hoe volwassenen daarop reageren. We stimuleren de kinderen om taal te gebruiken, verweven taal in ons contact met de kinderen en passen de interactieprincipes toe. Daarbij maken we gebruik van de educatieve taalmethode Uk&Puk, zodat kinderen op een leuke manier hun taal verder kunnen ontwikkelen. Verder lezen we elke dag voor, zodat de taalontwikkeling wordt gestimuleerd. Zo leren kinderen nieuwe woorden en hoe zinnen zijn opgebouwd.
Samenwerking met ouders
Bij Kinderopvang Buitengewoon vinden we het erg belangrijk om een goede samenwerking met ouders te hebben. Een goede samenwerking en regelmatig overleg zijn voorwaarden om goed met kinderen te kunnen werken, hierdoor worden de verschillende leefwerelden van de kinderen verbonden. De pedagogisch medewerkers proberen zoveel mogelijk aan te sluiten bij de opvoeding van de ouders, maar we hebben onze eigen pedagogische aanpak. Wij vinden het belangrijk om ouders te betrekken bij onze kinderopvang en om goed contact met ouders te hebben. Goed contact is gebaseerd op wederzijds respect, begrip, waardering en wederzijds informeren en adviseren. We maken samen duidelijke afspraken en er zijn mogelijkheden tot verschillende momenten en vormen voor contact (Singer&Kleerekoper, 2009). Betrokkenheid van ouders bij Kinderopvang Buitengewoon wordt gewaardeerd. Ouders mogen meedenken, meehelpen en meepraten en we staan open voor bijdragen van ouders aan sfeer of activiteiten.
Op de volgende manieren vinden contacten tussen ouders, pedagogisch medewerkers en de directie plaats.
Rondleiding
Elke plaatsing start met een rondleiding op het kinderdagverblijf. Als het kind al geboren is vragen wij ouders om hun kind mee te nemen voor de rondleiding om alvast de sfeer te proeven en te zien hoe hun kind reageert. Tijdens deze eerste kennismaking krijgen ouders inhoudelijke informatie over het kinderdagverblijf en de visie, tevens krijgen ouders een informatieboekje van Kinderdagverblijf Buitengewoon.
Intakegesprek
Ongeveer twee weken voor de daadwerkelijke plaatsing vindt er een intakegesprek plaats. Tijdens deze intake staat het kind centraal. Wie is hij/zij?, wat vindt hij/zij fijn en wat niet?, wat zijn de gewoontes wat betreft eten, drinken, slapen?.... Deze kenmerken worden vastgelegd op het intakeformulier, waarbij ook de bijzonderheden, zoals allergieën, worden vermeld. Tijdens dit gesprek krijgen ouders alle praktische informatie en er is ruimte voor praktische vragen van ouders. Ouders krijgen tevens informatie over de procedures betreffende medezeggenschap, inspraak, klachtenregeling en protocollen.
Wendag
Ouders krijgen de gelegenheid om hun kind voor de daadwerkelijke plaatsingsdatum, een dagdeel te laten wennen op de groep. Zo kunnen kinderen rustig wennen aan het reilen en zeilen van het kinderdagverblijf en kunnen ze kennismaken met de pedagogisch medewerkers en de andere kinderen. Tevens is het meestal voor ouders belangrijk om te wennen aan het afscheid nemen van hun kind.
Haal- en brengcontacten
Wanneer een kind wordt gebracht of opgehaald is er tijd om met de pedagogisch medewerkers te praten en aan te geven wat er voor die dag belangrijk is. Zo kunnen pedagogisch medewerkers inspelen op wat er op dat moment in het leven van het kind belangrijk is. Andersom is het tevens voor ouders belangrijk om te horen hoe de dag verlopen is en hoe het met hun kind gaat. Wanneer er bijzonderheden zijn worden ouders daarvan altijd op de hoogte gesteld.
Vastleggen van informatie
Relevante informatie wordt voor de ouders en de pedagogisch medewerkers vastgelegd. Dit is vooral belangrijk voor de overdracht van het eet- en slaappatroon of bij bijzonderheden. Deze informatie zal ook mondeling worden gegeven tijdens het ophalen.
Oudergesprekken
Jaarlijks krijgen ouders een uitnodiging voor een oudergesprek. In een oudergesprek wordt besproken hoe hun kind functioneert in de groep en hoe de ontwikkeling verloopt. Ouders kunnen aangeven of zij behoefte hebben aan een gesprek. Daarnaast krijgen ouders de mogelijkheid om het aan te geven wanneer er eerder of vaker behoefte is aan een gesprek.
Ouderavonden
In overleg met de oudercommissie kunnen er themagerichte ouderavonden georganiseerd worden. De directie kan ook voorstellen doen voor een ouderavond. Wanneer er een ouderavond plaats gaat vinden worden ouders hiervoor uitgenodigd.
Nieuwsbrief
Kinderopvang Buitengewoon laat maandelijks een digitale nieuwsbrief uitgaan naar ouders: Buitengewoon Nieuws. Hierin staan mededelingen op organisatorisch niveau, informatie over het reilen en zeilen van Kinderopvang Buitengewoon, kinderen, medewerkers en wijzigingen op beleidsniveau.
Informatiewand voor ouders.
Op deze informatiewand bij de ingang worden het laatste nieuws, de nieuwsbrief, belangrijke mededelingen, data en notulen van de oudercommissie opgehangen.
De oudercommissie.
Kinderopvang Buitengewoon heeft een oudercommissie waarin ouders de mogelijkheid krijgen om mee te praten over en invloed uit te oefenen op belangrijke beleidsonderwerpen betreffende de kinderopvang. De oudercommissie behartigt de belangen van alle kinderen en hun ouders door:
- Te overleggen met de directie van het kindercentrum
- De directie gevraagd en ongevraagd te adviseren
- Goede en heldere informatie aan ouders te bevorderen
- Contacten te onderhouden met ouders
- De betrokkenheid van ouders bij Kinderopvang Buitengewoon te bevorderen, bijvoorbeeld door ouderavonden te organiseren
- Als aanspreekpunt te fungeren voor ouders met klachten en hen zo nodig te informeren over de klachtenprocedure
- Eens per 8 weken te vergaderen
- Lid te zijn van belangenvereniging BOinK
Pedagogische doelen en competenties van kinderen
Bij kinderdagverblijf Buitengewoon zorgen wij voor goede kinderopvang en willen wij een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van het kind. Om dit zo goed mogelijk te kunnen realiseren maken wij gebruik van de vier pedagogische basisdoelen. Deze doelen zijn in 2000 geformuleerd door hoogleraar J.M.A. Riksen-Walraven en zijn opgenomen in de Wet Kinderopvang (VWS, 2004). De volgende vier doelen en competenties van kinderen komen aanbod en worden met enkele praktijkgerichte voorbeelden toegelicht. Meer informatie over de algemene beschrijving van de doelen kunt u lezen op bladzijde 15 ‘Ontwikkeling pedagogische doelen.’
Emotionele veiligheid
Het kind individuele aandacht geven. De pedagogisch medewerker gaat op ooghoogte zitten en kijkt het kind aan als er wordt gepraat. Ook wordt er positieve aandacht gegeven op het moment dat het kind bijvoorbeeld een mooi werkje heeft gemaakt. Tijdens het overdracht moment bespreken we met ouders wat het kind heeft gedaan. Bijvoorbeeld iets leuks van het weekend, zodat wij er die dag naar kunnen vragen. Op deze manier bieden wij warmte en genegenheid, een gevoel van betrokkenheid. Het kind krijgt bij ons ook de vrijheid om zich zelf te ontwikkelen. Zij krijgen ruimte voor eigen initiatief. Op het moment dat het kind hierin vast loopt ondersteunen wij hierin. Of stimuleren we een ouder kind om een jonger kind te helpen. Bijvoorbeeld met het maken van een puzzel.
Persoonlijke competentie
Om de persoonlijke competentie te stimuleren, stimuleren wij de zelfstandigheid van het kind. Op deze manier leert het kind verschillende vaardigheden toepassen. Hierbij zijn ook de motorische- en taalontwikkeling, cognitieve vaardigheden van belang. Wij stimuleren deze competentie door het kind te laten ervaren wat het wel en niet kan. Een baby die zich graag wil optrekken ervaart of zij het kan. De pedagogisch medewerker staat er achter om te zorgen voor de veiligheid. Het kind mag bij ons fouten maken en ontdekken hoe het anders kan. De pedagogisch medewerker laat peuters bijvoorbeeld nadenken hoe zij iets juist wel of niet kunnen doen. Door middel van verbaal en non-verbaal contact communiceren wij met de kinderen. Bijvoorbeeld een duim in de lucht steken als zij het goed hebben gedaan. Zo geven wij het kind een trots gevoel.
Sociale competentie
De sociale competentie wordt gedurende dag ontdekt en gestimuleerd doordat kinderen samen spelen, conflict situaties oplossen en rekening houden met elkaar. Samenwerking is een van onze uitgangspunten. Wij stimuleren dat de kinderen eerst zelf contact zoeken met andere kinderen. De pedagogisch medewerker stimuleert en begeleid de interactie wanneer zij daarin vastlopen. Meer informatie kunt u lezen onder het kopje ‘samenwerken in de groep’.
Waarden en normen
Bij kinderopvang Buitengewoon willen wij de kinderen leren om spelenderwijs om te gaan met onze waarden en normen. Onze naam Buitengewoon drukt zich uit als norm dat wij iedereen als gelijkwaardig zien. Iedereen is goed en zien wij als waardevol persoon. Wij vinden het ook belangrijk dat kinderen met respect naar elkaar omgaan, delen met elkaar, wachten op elkaar. De pedagogisch medewerker geeft het goede voorbeeld. Ook vinden wij het belangrijk goed om te gaan met de natuur, dieren en materialen. Kinderen horen niet aan de blaadjes te trekken en wij stimuleren het kind lief te zijn voor dieren. Een voorbeeld van de materialen is dat een peuter steeds het speelgoed wegschopt. Als kinderen zich niet aan onze waarden en normen houden dan gaan wij met ze in gesprek. Door het samen erover te hebben, het kind na te laten denken zorgen we voor een passende oplossing. Bijvoorbeeld het kind mag buiten tegen de voetbal aanschoppen.
Samenwerken in de groep
Samenwerking is een van onze belangrijke uitgangspunten binnen onze Daltonvisie (voor meer informatie over de visie zie bladzijde 13 en 14 ‘Pedagogische visie: Dalton van Helen Parkhurst’. Bij het begrip Samenwerking denkt buitengewoon ook aan het van en met elkaar leren. Wij zien daarom veel verschillende mogelijkheden binnen de groep. De eerste stap die wij hanteren is dat kinderen met elkaar kennis maken wanneer zij nieuw zijn in de groep. Dit gebeurt bijvoorbeeld in het gezamenlijke kringetje als de kinderen een koekje krijgen, een boekje wordt voorgelezen en als laatste een kort spelletje te doen. Bij het spelletje zingen we dan samen met het speelkameraartje Puk passende liedjes zoals; ‘Halllo, hallo, hallo ik ben… hallo, hallo, hallo wie ben jij?’
Het sociale gedrag van kinderen neemt meestal toe naarmate ze ouder worden. Negen tot twaalf maanden oude baby’s bieden elkaar speeltjes aan, vooral als ze elkaar kennen. Ook spelen ze sociale spelletjes, zoals kiekeboe of elkaar achterna kruipen. Zulk gedrag is belangrijk, omdat het als basis fungeert voor toekomstige sociale contacten waarin kinderen reacties zullen proberen op te roepen bij anderen en vervolgens op die reacties zullen reageren (Feldman, 2012).
Wij vinden het belangrijk dat het kind onderdeel van de groep is. Doordat het kind samenwerkt met andere kinderen leert het ook andere vaardigheden toepassen. Gedurende de dag zijn de kinderen samen met elkaar in de groep. Voorbeelden hiervan zijn het samen opruimen van het speelgoed, het samenlopen in de rij, elkaar helpen bij het aantrekken van de jas. Wij stimuleren en moedigen in onze groepsactiviteiten kinderen aan om met elkaar contact te maken. Een actueel voorbeeld is het spelen van het Nijntje lotino spelletje. Kinderen moeten zoeken en kijken of ze het juiste plaatje vinden. Ook krijgen zij de gelegenheid om bij elkaar te kijken of zij het juiste plaatje hebben gevonden. Doordat kinderen enthousiast worden ontstaan er contacten met elkaar en kunnen zij elkaar helpen. Dit geeft het kind een goed gevoel doordat iets goeds doet en de ander kan helpen. In hoeverre wij het kind hierin ondersteunen hangt van de situatie af en wat het kind prettig vindt. Wij gebruiken drie verschillende vormen van spel die aanbod komen. Het parallel spel, waarbij kinderen naast elkaar met hetzelfde materiaal spelen zonder dat er sprake is van wezenlijke interactie. Het toekijkend spel: spelvorm waarbij kinderen alleen maar naar het spel van anderen kijken zonder zelf mee te doen. Tot slot het associatief spel: spelvorm waarbij twee of meer kinderen daadwerkelijk de interactie aangaan doordat ze speelgoed of materiaal uitwisselen of lenen, hoeveel ze niet hetzelfde doen (Feldman, 2012).
Juist omdat ons dagverblijf bestaat uit verschillende groepen hebben kinderen de mogelijkheid om kinderen met een andere leeftijd te helpen. De wat grotere en oudere kinderen vinden het leuk om jongere kinderen te helpen. Bijvoorbeeld een baby die in de kinderstoel zit en zijn speelgoedje op de grond laat vallen. Het wat oudere kind raapt deze op en geeft het terug. Dit komt overigens alleen voor tijdens de daarvoor aanwezen tijden dat kinderen een kijkje kunnen nemen in een andere groep
Basiscommunicatie
Buitengewoon werkt met de Gorden methode. Deze aanpak is van de Amerikaanse psycholoog Thomas Gorden (1918-2002). Thomas werd wereldwijd beroemd met het boek ‘Luisteren naar kinderen’. Een van zijn belangrijke theoretische uitgangspunten is het ‘actief luisteren’ naar kinderen en het geven van ‘ik-boodschappen.’ Bij het actief luisteren probeer je wat de behoefte, het probleem of het gevoel van het kind te benoemen. Met de ik-boodschap bedoelt Gorden dat je vanuit de ik-vorm praat, zodat je geen negatieve stempel drukt op het kind. Een voorbeeld hiervan is ‘Ik vind het fijn als je de blokken opruimt, want mama is er’ en niet ‘Jij gaat nu de blokken opruimen!’
Tot slot vinden stimuleren wij de aanvullende theorie van Gorden ‘het zelf laten oplossen’. Tijdens een conflict grijpen wij niet meteen in, maar kijken we eerst of ze er zelf samen uitkomen. Een voorbeeld is dat twee kinderen allebei dezelfde auto willen. Een peuter kan bedenken dat ze bijvoorbeeld om de beurt een rondje met de auto rijden. Als het beide niet lukt om een oplossing te vinden dan zorgen wij voor suggesties. De pedagogisch medewerker kan bijvoorbeeld samen met de kinderen een oplossing bedenken. Zij stuurt de kinderen in de juiste richting.
Al onze medewerkers hebben de Gordon training ‘Effectief communiceren in de kinderopvang’ gevolgd. Meer informatie over communicatie afspraken met ouders kunt u terug lezen op bladzijde 19 ‘Samenwerken met ouders’. Het boek ‘Luisteren naar kinderen’ ligt op de locatie ter inzage.
Steunen en stimuleren van spelen en leren
Het spelmateriaal is afgestemd op de lichamelijke, verstandelijke, creatieve en sociaal emotionele ontwikkeling van kinderen en wordt geselecteerd op kwaliteit en veiligheidsnormen. We leren kinderen ook met zorg om te gaan met de verschillende soorten spelmateriaal. Samen met de kinderen spelmateriaal opruimen op een vaste plek en compleet maken van puzzeltjes e.d. hoort ook bij zorg voor het materiaal. De pedagogisch medewerkers bieden hiermee structuur en leren de kinderen respect te hebben voor de spelmaterialen. Kinderen mogen kiezen waar ze mee willen spelen. Daarom staat het meeste materiaal in open kasten zodat kinderen het speelgoed zelf kunnen pakken en opruimen. Spelmateriaal kan ook uit de natuur komen. Met blaadjes, kastanjes, stokjes of steentjes kunnen kinderen heerlijk spelen, net als met kosteloos materiaal dat voor knutseldoeleinden is verzameld. Ook worden materialen verwelkomd die in eerste instantie niet voor speeldoeleinden gemaakt zijn, maar wel een grote speelwaarde kunnen hebben. Een voorwaarde is wel dat het materiaal voldoet aan de vastgestelde veiligheidseisen. Kinderen zijn vaak heel vindingrijk en dat willen we zeker belonen. Van stoeltjes maken ze een trein of met kleden een hutje onder de tafel. Helpen is ook spelen. Wanneer de tafel wordt gedekt/afgeruimd, of was wordt opgevouwen, mag een kind meehelpen als zij dit willen.
Zelfstandigheid is één van onze belangrijke uitgangspunten binnen onze Daltonvisie (voor meer informatie over de visie zie bladzijde 13 en 14 ‘Pedagogische visie: Dalton van Helen Parkhurst’. De kinderen kiezen hierom zelf datgene uit waar ze mee willen gaan spelen. Dit kan dan zowel alleen zijn als samen met andere kindjes. De pedagogisch medewerkers blijven alles volgen en helpen natuurlijk daar waar het nodig is. Ook zal de pedagogisch medewerker gezamenlijke spelactiviteiten doen met de kinderen.
Indeling en inrichting van de binnen- en buitenruimtes
We werken zoveel mogelijk met kleine groepjes in speelhoeken. Door het werken met speelhoeken waarborgen we een stuk privacy van het kind en geven we het de veiligheid van het ongestoord kunnen spelen. We stimuleren hiermee de ontwikkeling van het concentratievermogen; er zijn geen storende prikkels bij het spel. We kunnen de ruimte inrichten naar behoefte van de groep (kind-volgend). Daarmee wordt gewerkt aan ons doel de kinderen te stimuleren in o.a. hun creativiteit (Feldman, 2012).
Bouwhoek: het stimuleren van de kleine motoriek, creativiteit en ruimtelijk denken en sociale ontwikkeling. Er is gelegenheid om alléén of samen te spelen. De verschillende bouwmaterialen, bijvoorbeeld Duplo, zijn bereikbaar neergezet voor de kinderen. Regelmatig kan materiaal worden gewisseld met Noppen of houten blokken. Zo is er van tijd tot tijd iets nieuws te beleven in de bouwhoek. Een verkeerskleed, autootjes en poppetjes zijn een goede aanvulling in de bouwhoek.
Poppenhoek: het stimuleren van de sociale ontwikkeling en het imitatiespel; gebeurtenissen worden hier verwerkt en nagespeeld. De poppenhoek en het keukentje zijn plekken voor het ‘doen alsof’ spelen. In een handomdraai maken we er een winkeltje, ziekenhuis, restaurant, etc. van.
De bank: het geeft mogelijkheid voor rust. Bij de grote bank met kussens staat een boekenkastje met allerlei boekjes, ook voor de kleintjes. De prenten- en voorleesboeken staan hoger en worden door de pedagogisch medewerkers gebruikt voor een gezamenlijk voorlees- en rustmoment.
Knutselhoek: voor de creatieve ontwikkeling. Er kan in alle rust geknutseld worden. Er zijn schorten ter bescherming van de kleding. De werkstukken worden opgehangen of de kinderen bergen ze op in hun eigen mandje.
Bewegingsruimte: veel ruimte, is belangrijk voor de bewegingsdrang die vrij geuit moet kunnen worden. Er kan gereden worden met fietsjes, trein, tram en grote auto’s. Er kan worden geschommeld of geklommen op een klimtoestel. Hier kan alles gedaan worden dat met de grove motoriek en beweging te maken heeft.
Doezelruimte: een ruimte voor 0-2 jaar. Dit is een rustige ruimte waar baby’s/dreumesen kunnen rondkruipen en spelen met op hun afgestemd speelmateriaal. Hier liggen ook klimkussens voor uitdaging en stimuleren tot bewegen. Deze ruimte kan ook gebruikt worden als rust- of speelplek voor de oudere kinderen.
Tuin: beweging in de buitenlucht. Deze ruimte is gedeeltelijk overdekt en er ligt een kunstgrasmat op een valdempende onderlaag. Er is een zandbak met een zand-/watertoestel. We wisselen regelmatig met grote kussens, ballenbak, matten en trampoline om de kinderen uit te nodigen tot springen, rennen, klauteren en bewegen. Het speelhuisje en wandspeeltoestel nodigen uit tot klimmen, verstoppen en imitatiespel. Aan de hand van de seizoenen, passen we de ruimte aan. Bijvoorbeeld bij mooi weer spelen we met water en zetten we de badjes op. Doordat wij in een mooi groen stuk gelegen zijn, zullen wij heel vaak buiten te vinden zijn. Dit kan zowel in de tuin zijn als met zijn allen naar het park wandelen om bijvoorbeeld de eendjes te gaan voeren. Bij Buitengewoon houden wij van het buiten samen zijn.
Dagritme en groepssamenstelling
In de map staan alle kinderen vermeld die er die dag aanwezig zijn. Hierop wordt ook genoteerd wanneer en hoe lang een kind heeft geslapen of is gevoed. Alle bijzonderheden ten aanzien van het kind worden ook genoteerd. Kinderen worden gebracht en gehaald binnen de vastgestelde tijden. Zo kan er onverdeeld aandacht gegeven worden aan de bezigheden van het moment en biedt het houvast voor iedereen. De dagindeling (in grote lijnen) is als volgt: de kinderen worden gebracht en ontvangen. De kinderen worden verdeeld over de eigen groepen. We houden voor de baby’s het ritme van thuis aan. Met de oudere kinderen starten we met een kringgesprek en eten we gezamenlijk fruit, drinken we wat en zingen we liedjes. Dan gaat ieder kind spelen in de verschillende hoeken of buiten. ’s Middags gaan we lunchen, daarna lezen de pedagogisch medewerkers een verhaaltje voor. De kinderen die nog moeten slapen gaan daarna naar hun bedje toe. Daarna gaat ieder kind weer spelen in de verschillende hoeken of buiten. Aan het eind van de middag krijgen de kinderen avond eten waarvan dat is door gegeven. En dan worden de kinderen weer opgehaald.
Tijdmarkering geeft jonge kinderen veiligheid en structuur. Herhaling van ritmes en rituelen geeft een gevoel van herkenning (Feldman, 2012). Een opvang dag wordt overzichtelijk. We werken met een “opendeurenbeleid”. In de babygroepen zitten maximaal twaalf kinderen van drie maanden tot twee jaar. Deze eigen ruimte en de aanwezige pedagogisch medewerkers zorgen voor rust en emotionele veiligheid (Riksen-Walraven, 2005). De kinderen krijgen de gelegenheid, wanneer ze er aan toe zijn, om te spelen op de andere groepen, dit gebeurt op rustige momenten van de dag. Zo kunnen zij de sfeer proeven en nieuwe uitdagingen aangaan. In de peutergroepen zitten maximaal zestien kinderen van twee tot vier jaar. We werken met herkenbare dagritmekaarten van Uk&Puk. Dit geeft herkenning aan de kinderen.
Het kinderdagverblijf kent een duidelijke dagindeling. Om kinderen een gevoel van veiligheid te geven is herkenbaarheid en herhaling een belangrijk hulpmiddel (Feldman, 2012). Deze herkenbaarheid bieden we door een duidelijke structuur in de dag aan te brengen. Voor jonge baby’s geldt dat zij aanvankelijk hun eigen eet- en slaapritme volgen. Als een kind de leeftijd heeft bereikt om het vaste schema te volgen beginnen we hier heel rustig mee. Deze ziet er globaal als volgt uit:
08.00 tot 09.00 uur
De kinderopvang is open en de kinderen kunnen gebracht worden.
09.00 uur
Alle kinderen zijn gebracht door de ouders. De kinderen kunnen tot 09.00 uur gebracht worden, dit is om de rust te creëren op de groep. De kinderen mogen vrij spelen.
09.30 uur
De kinderen krijgen fruit met wat te drinken als het kind er nog behoefte aan heeft krijgt het een koekje bijvoorbeeld een cracker of rijstewafel. We zingen een liedje smakelijk eten smakelijk drinken. Als er iemand jarig is wordt er op dit moment eventueel de verjaardag gevierd en wordt wat lekkers uitgedeeld door de jarige, de jarige krijgt dan ook een klein cadeautje. Als de traktatie snoep bevat krijgen de kinderen dit mee naar huis zodat de ouder zelf kan kiezen of ze dit wel of niet aan het kind willen geven.
10.00 uur
De verschoonronde van de kinderen vindt plaats en de kinderen die naar het toilet gaan, gaan onder begeleiding naar het toilet.
10.30 uur
Afhankelijk van de mogelijkheden bieden de pedagogisch medewerkers een activiteit aan. Het kan hierbij gaan om vrij spelen in de groepsruimten, een creatieve activiteit of even lekker buiten spelen. De kinderen kunnen zelf een keuze maken naar aanleiding van het keuzebord.
11.30 uur
Nadat de speelruimte is opgeruimd gaan de kinderen aan tafel. De handen van de kinderen worden gewassen of schoongemaakt met snoetedoekjes. Weer wordt er smakelijk eten gezongen en de pedagogisch medewerker helpt de kinderen waar nodig is met het brood. Het brood wordt gesmeerd door de pedagogisch medewerker het kind mag zelf aangeven wat hij/zij op zijn brood wil hebben. Het is wel zo dat het 1e broodje met kaas of worst moet zijn. Na de boterhammen krijgen de kinderen wat te drinken, melk, limonade of iets anders. Tijdens het eten is het een rustmoment.
12.15 uur
Na de boterhammen worden de gezichten goed schoongemaakt. Er volgt een verschoonronde en een toiletronde. Kinderen die gaan slapen worden naar bed gebracht nadat ze verschoond zijn.
13.00 uur
De kinderen die gaan slapen liggen in bed. De pedagogisch medewerkers schrijven een dag verslag en/ of de overdracht schriftjes. Kinderen die wakker zijn spelen rustig in de groepsruimte of gaan samen met de pedagogisch medewerker naar buiten toe.
15.00 uur
Rond deze tijd komen de kinderen uit bed en kunnen ze nadat ze verschoond zijn of naar de wc zijn geweest, nog vrij spelen. Ze kiezen hiervoor weer een activiteit van vanaf het keuzebord. Dan gaan de kinderen aan tafel. Na het zingen van smakelijk eten krijgen ze wat te drinken en een cracker of een koekje.
16.15 uur
De kinderen gaan aan tafel. De handen worden schoon gemaakt. We zingen met zijn allen smakelijk eten smakelijk drinken. De kinderen krijgen een broodmaaltijd, het brood wordt gesmeerd door de pedagogisch medewerker op de groep aan tafel. Na de broodmaaltijd krijgen de kinderen een beker melk of Yogo. Kinderen die om 11.30 al brood hebben gegeten krijgen een cracker en iets te drinken. Tijdens het eten is het een rustmoment. De kinderen worden na de maaltijd verschoond of gaan nog een keer naar de wc.
17.00 uur Vanaf dit moment kunnen de kinderen opgehaald worden. Pedagogisch medewerkers en de kinderen gaan ook langzaamaan het speelgoed opruimen. Er wordt voldoende tijd genomen voor de overdracht naar de ouders toe.
Plus minus 18.30 uur
Alle kinderen zijn opgehaald als er nog kinderen niet zijn opgehaald blijft er één pedagogisch medewerker tot dat alle kinderen naar huis zijn. Er moet ook minimaal één extra persoon aanwezig zijn i.v.m. het vier ogen beleid dit mag ook een volwassenen zijn.
Hierboven is het algemene dagritme beschreven maar wij streven erna om het ritme wat uw kind thuis heeft na te bootsen op Buitengewoon. Tijdens het kennismakingsgesprek en de intake wordt aan u persoonlijk nog een uitgebreide uitleg gegeven over het dagritme, rekening houdend met uw wensen.
Opendeurenbeleid: deze term gebruiken wij als middel om bepaalde doelen te bereiken in het werken met kinderen. Naarmate kinderen ouder worden, hebben zij, naast veiligheid en geborgenheid, behoefte aan een grotere leefomgeving (Riksen-Walraven, 2005). Daarom geven de pedagogisch medewerkers de kinderen regelmatig de gelegenheid om hun omgeving buiten hun eigen groep te verkennen. Als hierbij ook een ontmoeting met de kinderen van andere groepen kan plaatsvinden, wordt gesproken over opendeurenbeleid. Opendeurenbeleid draagt positief bij aan de ontwikkeling van kinderen (Feldman, 2012).
Maak jouw eigen website met JouwWeb